Op de parking van een dancing wordt het lijk van een Turkse jongen gevonden. Hij had een relatie met een Koerdisch meisje uit een streng moslimmilieu. Het vermoeden ontstaat dat het om eerwraak gaat; door de moord op de jongen zou de familie van het meisje haar eer terugwinnen. De Koerdische gemeenschap voelt zich geviseerd en beschuldigt Witse van racisme.