In het uiterste noorden van onze planeet ligt de grootste landhabitat ter wereld, met door sneeuw overdekte bossen en ijskoude, open toendra. Hier heersen extreme omstandigheden waarin dieren alles op alles moeten zetten om te overleven: in de winter is het zo koud dat het merendeel van de ondergrond al bevroren is sinds de laatste ijstijd. Om te overleven moeten dieren zich tot het uiterste aanpassen: een megaroedel van 25 wolven valt de enige grote prooi aan die 's winters beschikbaar is: een Amerikaanse bizon.