Een allegorie van politieke onderdrukking onder Franco, met een plot die afwisselt tussen verhalende sequenties en droomachtige momenten in de stijl van de Spaanse avant-garde. Padrós gebruikt diverse muzikale vormen, waaronder opera, filmmuziek en choreografie, om het verhaal te ondersteunen van een groep dropouts die in een autokerkhof wonen en proberen zich opnieuw te integreren in "Het Systeem", vertegenwoordigd door een partij.