In het jaar 1333 stortte het Kamakura-shogunaat in toen een vertrouwde medewerker, Takauji Ashikaga, een opstand organiseerde. De jonge troonopvolger van de dynastie, Tokiyuki Hôjô, was de enige die aan het bloedbad wist te ontsnappen, dankzij de tussenkomst van een geestelijke, Yorishige Suwa. Op de vlucht en alles doend om in leven te blijven, bedenkt de ongrijpbare Tokiyuki een strategie om zijn positie in Kamakura te herwinnen.