Mei 1975. Er worden twee lichamen met overgesneden keel gevonden in een Londense kerk: de dakloze man Harry Mack en het ontslagnemende parlementslid Paul Berowne. Samen met de betweterige DS Masterson en DS Kate Miskin ondervraagt Dalgliesh de familie van Berowne: zijn moeder Lavinia, zijn prachtige vrouw Barbara, Barbara's neef Stephen Lampart, haar broer Dominic Swayne, de huishoudster en de chauffeur van Lavinia, Halliwell. In eerste instantie verdenkt hij Halliwell, maar wanneer er een nieuwe aanval plaatsvindt terwijl Halliwell in de cel zit, wordt deze piste al snel uitgesloten.