De zaak wordt steeds ingewikkelder. Het ziet ernaar uit dat Ewa de aanslag overleefde en zich wekenlang in de bossen verscholen hield. Dobosz begint onfrisse praktijken te vermoeden in de vorige roedel, waarvan enkel Grzywa en Rebrow nog in leven zijn. Naast de functie van het sleuteltje in Ewa's jas, komt ook haar intrigerende voorgeschiedenis aan het licht. Markowski krijgt intussen het bevel van hogerhand om orde op zaken te stellen in zijn afdeling van de Grenswacht. Tijdens een routinepatrouille stuiten Aga en Gryzwa op een lichaam. In het voorhoofd staat een kruis gekerfd. Dobosz gaat in Warschau op zoek naar Robert Korda, Ewa's voormalige commandant.